Hoe gaat Stadermann Luiten om met het coronavirus? Lees meer

HR 21 februari 2020 ECLI:NL:HR:2020:315

Arrest over de vraag welk tarief een netbeheerder bij leidingschade in rekening mag brengen voor storingsherstel. Bij de begroting van zaakschade geldt als uitgangspunt dat de eigenaar van de beschadigde zaak door die beschadiging een nadeel in zijn vermogen lijdt, dat gelijk is aan de waardevermindering die de zaak heeft ondergaan. Het geldbedrag waarin de waardevermindering wordt uitgedrukt, bestaat uit de naar objectieve maatstaven berekende kosten van herstel. De aard van zaakschade brengt mee dat de rechter in beginsel abstraheert van de bijzondere eigenschappen die de benadeelde eigenaar treffen. Echter, indien het gaat om werkzaamheden die een netbeheerder alleen door eigen personeel kan laten uitvoeren – zoals bij storingsherstel het geval is – mag van die specifieke omstandigheid niet worden geabstraheerd. Abstractie zou te zeer in strijd zijn met het uitgangspunt dat de benadeelde zoveel mogelijk in de toestand moet worden gebracht waarin hij zou hebben verkeerd als de schadeveroorzakende gebeurtenis zou zijn uitgebleven. Bij leidingschade moet de door de storing veroorzaakte schade dus worden begroot op de naar objectieve maatstaven vast te stellen kosten die de netbeheerder maakt om de storing met inzet van eigen medewerkers te verhelpen. Ter onderbouwing van de stelling dat de eigen tarieven als juiste maatstaf voor de schadebegroting zouden moeten gelden, is het enkele verwijzen naar de kale tarieven die andere netbeheerders hanteren onvoldoende. De netbeheerder moet eveneens inzicht bieden in de opbouw van die tarieven en de kosten die met de herstelwerkzaamheden gemoeid gaan.

Print

21 februari 2020

ECLI:NL:HR:2020:315