Hoe gaat Stadermann Luiten om met het coronavirus? Lees meer

Rechtbank Den Haag 27 januari 2020 ECLI:NL:RBDHA:2020:450

Uitspraak van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Den Haag, die mede oordeelde over een vordering tot affectieschade en shockschade van de broer van het slachtoffer. Naast de vader en moeder van het slachtoffer vordert ook de broer van het slachtoffer affectieschade. Op grond van artikel 6:108 lid 3 BW is, indien iemand ten gevolge van een gebeurtenis waarvoor een ander jegens hem aansprakelijk is, overlijdt, die ander verplicht tot vergoeding van een bedrag voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat aan de in het vierde lid van dat artikel genoemde naasten (affectieschade). Onder deze naasten vallen onder meer de ouders  van de overledene (lid 4 sub c) en andere personen die ten tijde van de gebeurtenis (het overlijden) in een zodanige nauwe persoonlijke relatie tot de overledene staan, dat uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat zij voor de toepassing van lid 3 als naasten worden beschouwd (lid 4 sub g). Zowel de vader als de moeder kunnen op basis van het Besluit Vergoeding Affectieschade aanspraak maken op een bedrag van EUR 17.500. De broer vordert eenzelfde bedrag en hoewel het zijn van bloedverwant op zichzelf onvoldoende is voor het recht op affectieschade, wijst de rechtbank de vordering toe. Op grond van de niet voldoende betwiste stellingen dat de broers ook beste vrienden waren, sinds een aantal jaar ook huisgenoten waren, zij samen naar de sportschool en op stap gingen, oordeelt de rechtbank dat sprake is van een zodanige nauwe persoonlijke relatie tot de overledene dat uit de eisen van redelijkheid voortvloeit dat de broer toch als naaste in de zin van art. 6:108 lid 3 BW moet worden aangemerkt. De vordering tot shockschade (EUR 5.000) wordt eveneens toegewezen waarbij de rechtbank oordeelt dat de directe confrontatie met de ernstige gevolgen van het handelen van de verdachte  bij de broer (die in een nauwe affectieve relatie tot het slachtoffer stond) een hevige emotionele schok heeft teweeggebracht en daaruit geestelijk letsel is voortgevloeid.

Print

27 januari 2020

ECLI:NL:RBDHA:2020:450