Hoe gaat Stadermann Luiten om met het coronavirus? Lees meer

HR 19 juni 2020 ECLI:NL:HR:2020:1088

De Hoge Raad heeft beslist of de wijze waarop deurwaarders sinds de uitbraak van het COVID-19-virus dagvaardingen en andere exploten betekenen (ook wel ‘corona-betekening’ genoemd) rechtsgeldig is. Voor de betekening van exploten geldt volgens de wet als hoofdregel dat het exploot wordt overhandigd aan de persoon voor wie het bestemd is, of een huisgenoot of andere persoon die zich aan het woonadres bevindt. Pas als dat ‘feitelijk onmogelijk’ blijkt, mag de deurwaarder een afschrift van het exploot in een gesloten envelop aan het woonadres van de geadresseerde achterlaten. De Hoge Raad heeft beslist dat ten aanzien van exploten uitgebracht met ingang van 16 maart 2020 sprake is van ‘feitelijke onmogelijkheid’ indien de deurwaarder in een concreet geval constateert dat betekening van het exploot volgens de hoofdregel niet verantwoord is, gelet op de richtlijn van het RIVM om afstand te houden wegens besmettingsgevaar met COVID-19. De deurwaarder kan in dat geval volstaan met het achterlaten van het exploot in een gesloten envelop, met de vermelding dat uitreiking van het exploot volgens de hoofdregel wegens het besmettingsgevaar met COVID-19 feitelijk onmogelijk is.

Print

19 juni 2020

ECLI:NL:HR:2020:1088