Hoe gaat Stadermann Luiten om met het coronavirus? Lees meer

Hof Amsterdam 1 september 2020 ECLI:NL:GHAMS:2020:2389

Uitzendkracht valt van een trap in een woning tijdens uitoefening van zijn werkzaamheden voor een inlenend werkgever en houdt deze werkgever en het uitzendbureau aansprakelijk ex 7:658 BW voor het daardoor opgelopen letsel. De materieel werkgever heeft naar het oordeel van het Hof voldoende gesteld voor de conclusie dat zij aan haar zorgplicht ex art. 7:658 BW heeft voldaan. Het is aan uitzendkracht om concreet te stellen in welke zin deze werkgever haar zorgplicht niet is nagekomen. In dat kader overweegt het Hof dat het gebruikmaken van een gewone vaste trap in een woning op zichzelf geen activiteit is die noopt tot het geven van nadere instructies of het treffen van specifieke voorzieningen. De concrete werkomstandigheden en de conditie van de trap waren niet dusdanig (slecht) dat er sprake was van een groter risico dan het alledaagse risico dat verbonden is aan het gebruik van een trap in een woning. Het Hof concludeert dat de materieel werkgever niet meer maatregelen had moeten treffen in de vorm van instructies of veiligheidsvoorzieningen dan zij had gedaan. Daarnaast had de uitzendkracht, aldus het Hof, niet gesteld dat en welke concrete maatregelen van het uitzendbureau verlangd konden worden. Het Hof wijst de vorderingen van de uitzendkracht af.

Print

1 september 2020

ECLI:NL:GHAMS:2020:2389